Non-fictie in Vlaanderen: genre in volle ontwikkeling

Welke relevantie heeft non-fictie anno 2017? Houdt kwalitatieve non-fictie, in tijden waarin fake news het durft over te nemen, nog steeds de vinger aan de pols? Kan de non-fictie het gat vullen waar de journalistiek tekort schiet? Waar schiet ze zelf tekort?


Op vrijdag 14 april organiseerde het Vlaams Fonds voor de Letteren (VFL), in samenwerking met de Fictieven, een ontmoetingsmoment voor non-fictieauteurs en -uitgevers in het Letterenhuis in Antwerpen. Naast lezingen van diverse eminente schrijvers uit het vak, was er ook ruimte voor een debat rond actuele vraagstukken over non-fictie. 

 

Koen Van Bockstal, directeur van het VFL, opende de dag met een toelichting over het non-fictiebeleid van het VFL. Non-fictie is pas sinds 2016 op een structurele manier ingebed in de werking van het VFL. Dankzij de extra middelen die minister voor Cultuur Sven Gatz hiervoor heeft vrijgemaakt in de nieuwe beheersovereenkomst met het VFL (2016-2020), kon worden tegemoetgekomen aan een jarenlange verzuchting van het literaire veld om kwalitatieve non-fictie even serieus te nemen als kwalitatieve fictie. Het VFL biedt ondersteuning voor non-fictie via verschillende subsidielijnen: werkbeurzen voor auteurs, productiesteun voor uitgevers, gesubsidieerde auteurslezingen, vertaalsubsidies en promotie in het buitenland. Verder zal het VFL in het najaar van 2017 voor het eerst, samen met het Nederlands Letterenfonds, een publishers tour voor non-fictie organiseren: dat is dé manier om buitenlandse uitgevers warm te maken voor de vertaling van kwalitatieve non-fictie uit Vlaanderen. Koen Van Bockstal benadrukt verder dat het VFL met de uitbouw van een dergelijke structurele ondersteuning een pioniersrol vervult: in vele landen is ondersteuning van non-fictie nog steeds geen evidentie.


Harold Polis kan als uitgever van non-fictie terugblikken op twintig jaar ervaring. Hij heeft als geen ander zicht op de ontwikkeling van Vlaamse non-fictie de afgelopen decennia. In zijn lezing brak hij een lans voor kwalitatieve non-fictie van eigen bodem. Het is weliswaar duurder om origineel werk te creëren en te produceren dan om vertalingen van buitenlandse titels te publiceren, maar het is ontzettend belangrijk. Daarnaast doet hij een oproep voor een veel actievere stimulering van het cultuurmecenaat: veel relevante en grote projecten zullen volgens hem immers nooit door het VFL alleen kunnen worden gefinancierd. In Nederland zijn er al andere financieringsbronnen beschikbaar, zodat Vlaamse uitgevers en auteurs op dit moment een ‘achterstand’ hebben op het vlak van beschikbare middelen.


Leen Huet boog zich in haar lezing over het belang van historische non-fictie voor het begrip van de huidige wereld. Vorig jaar publiceerde ze een veelbesproken biografie van Pieter Bruegel. Deze leefde volgens haar in een even bewogen tijd als wij, een tijd waarin de Europese eenheid kraakte op haar grondvesten. Kwalitatieve historische non-fictie bevrijdt de lezer volgens haar van de hysterie van het moment en verruimt je blik, wat heel belangrijk is in de wereld van vandaag, waarin zoveel informatie op mensen wordt afgevuurd: “Informatie is geen kennis en zeker geen inzicht. Inzicht moet rijpen.” Daarbij kunnen historici als gidsen optreden.


Frank Westerman is de auteur van tal van bekroonde literaire non-fictieboeken zoals ‘De graanrepubliek’, ‘El Negro en ik’, ‘Stikvallei’, ‘Het land van de ja-knikkers’ of recent het alom bejubelde ‘Een woord een woord’. In al zijn boeken weet hij onderzoeksjournalistiek op een unieke manier met literatuur te verbinden. Hij stelt: “Zuivere feiten zijn enorm schaars. Je hebt al heel snel een verhaal.” Verhalen zijn ook wat mensen boeit; meer nog: “We horen liever straffe dan genuanceerde verhalen. We zijn behept met een voorliefde voor de leugen eerder dan de waarheid.” Zelf gaat hij op zoek naar de kieren in de werkelijkheid, daar waar de dingen onduidelijk en dus interessant worden. Vervolgens gaat hij op zoek naar een boeiende en relevante manier om het verhaal te vertellen.


Matthijs de Ridder is auteur van onder meer de swingende cultuurgeschiedenis ‘Rebelse Ritmes – hoe jazz en literatuur elkaar vonden’ en van de Nederlandstalige hedendaagse literatuurgeschiedenis ‘Behoud de Begeerte’. Hij hield een betoog voor fictie als een onmisbaar middel voor de betere fictie-auteur. “De geschiedenis is een verhaal dat op vele manieren kan – en moet – worden verteld. Als auteur ben ik gedreven om via verhalen het gesprek aan te gaan met de wereld waarin wij leven. Daarom schrijf ik non-fictie.”

 

In het afsluitende debat, geleid door Pascal Verbeken, gingen de vier sprekers samen met VFL-voorzitter Jos Geysels in discussie. 

De financiële situatie van non-fictieauteurs werd nogmaals ter sprake gebracht, en Harold Polis herhaalde de oproep voor een breder cultuurmecenaat. Vandaag de dag zijn auteurs immers vaak hun eigen mecenassen: ze werken jarenlang aan een boek en moeten dat grotendeels zelf (voor)financieren. Daarnaast zou er meer ruimte mogen gemaakt worden voor uitgebreide non-fictiebijdragen, bijvoorbeeld essays of polemieken. De Nederlandse uitgeverij Querido Fosfor, waar Frank Westerman in investeert, speelt daar intussen op in via digitale longreads, non-fictieteksten van 30 à 40 bladzijden. Maar ook kranten en tijdschriften zouden hier ruimte voor moeten maken. Daarbij wordt de maatschappelijke relevantie van goede non-fictie nogmaals benadrukt. Daar staat tegenover dat het publiek dat bereikt wordt, bijvoorbeeld bij boekpresentaties en ook bij deze inspiratienamiddag, vaak overwegend of geheel uit de blanke middenklasse komt: is dat een probleem, en indien ja, hoe pakken we dat aan? Matthijs de Ridder erkent dat bij events rond een bepaald boek het doelpubliek grotendeels samenvalt met je onderwerp: je presenteert een boek aan gelijkgestemden. Een mogelijk tegengewicht hiervoor zou een literair festival rond non-fictie kunnen zijn, met een breed aanbod aan auteurs. Daar komt volgens hem een meer divers publiek op af, dat zo ook met onderwerpen en boeken kan kennismaken buiten de eigen comfortzone.

 

Vast staat dat non-fictie in Vlaanderen nog in volle ontwikkeling is en een interessant parcours aflegt. Daarbij komt ze regelmatig voor uitdagingen te staan maar krijgt ze, alvast door de nieuwe ondersteuning door het VFL, ook belangrijke kansen.

 

Foto's © Anja Goyens

gepubliceerd op: 2017-04-19

Vorige Volgende Afdrukken Link doorsturen